MSN® het; o Microsoft Network verzamelnaam ve reeks internetdiensten vh bedrijf Microsoft, m.n. de techniek waar ge-msn’d kan worden
De reden was één of ander voetbal-competitie-manager-achtige tool waarbij ik (tussen 2001 en 2003) met een clubje vrienden verwoedde pogingen deed met een beperkt budget een zo succesvol mogelijk team te formeren en zo hoog mogelijk te eindigen. Maar zoals met interland-voetbal een wedstrijd 90 minuten duurt en aan het eind de Duitsers altijd winnen... Zo stond ik na 34 wedstrijden competitie-manager altijd stijf onderaan.
Chatten associeerde ik dan ook niet met een activiteit waar ik veel voldoening uithaalde. Bovendien was internet in die bepaald niet alom vertegenwoordigd en moest ik voor het chatten én de competitie-manager speciaal naar de Erasmus Universiteit om met mijn accountje daar achterin het L-gebouw internetten. Daarnaast had chatten, MSN specifiek, in mijn optiek, een beroerd imago rondom cyberpesten.
De revival kwam een jaar geleden dankzij een grote, verhuizing (van een deel van het) het Nationaal Archief naar de Hoftoren. Daardoor werden ik en een collega hoog op de 18e, als projectadviseurs, gescheiden van de ICT collega's (helpdesk en systeembeheer) die achterbleven op het Prins Willem-Alexanderhof. Om dat gat te dichten, we liepen en lopen de deur bij elkaar plat, was er de behoefte aan een communicatielaag tussen telefonie e-mail en fysiek contact in. Chatten is daar ideaal voor, de snelheid van het medium is geweldig, is minder ingrijpend dan telefoon maar ook minder vrijblijvend dan e-mail soms kan zijn.
Binnen ICT chatten we via Pidgin een programma dat meerdere chatclients aankan. Het aardige aan Pidgin is dat 't ook als Portable App beschikbaar is. Je kan het programma zo vanaf een USB-stick draaien, zonder voor de installatie van ICT-collega's afhankelijk te zijn. Het fijne aan chatten (althans Pidgin) is dat je ook aan- en afwezigheidsberichten, iconen en middelen kan inzetten. Zo kan ik heel snel zien wie waar bereikbaar is. Staat het icoontje op Grijs, is iemand niet online, met Groen ben je bereikbaar, ga zo maar door. Zo'n uitwerking hebben we binnen ICT overigens ook afgesproken.
sceenprint van mijn Pidgin, namen en adressen van de contacten zijn weggehaald
Inmiddels is die club van collega's wat gegroeid en is chatten niet enkel meer voorbehouden aan ICT-ers van het Nationaal Archief, ik zou niet meer weten hoe ik nog zonder kan?
In aanloop naar de nieuwe website kwam en komt chatten dan ook veelvuldig langs bijvoorbeeld als onderdeel van moderne, nieuwe eigentijdse dienstverlening. Opvallend hierbij (o.a. in discussies) is dat het animo hiervoor bij collega's vaak laag is. Wellicht wekt chatten toch nog te veel weerstand op, zoals ik die ook had.
En eigenlijk is dat jammer want ik zie prima mogelijkheden voor chatten binnen en buiten de organisatie. Enerzijds denk ik dat het een waardevolle aanvulling is op je pakket dienstverlening:
- Balie
- Telefoon
- Brief
- Chat
Anderzijds zie ik mogelijkheden waarbij de chat wordt ingezet als een soort achtervang wanneer vragen aan de balie of via de telefoon door de betreffende medewerker niet gelijk kunnen worden opgelost. Via de chat assisteert een collega, waarbij het voordeel is dat links of bestanden betrekkelijk makkelijk via een chat direct kunnen worden uitgewisseld. Essentieel bij beide toepassingen lijkt mij overigens wel de mogelijkheid van co-browsing.